De naam de Lathouder

De beroepsnaam

De naam is een beroepsnaam en het waren ambachtslieden die de latten leverden voor de muren van lemen huizen. Het lattenwerk werd doorvlochten met takken en besmeerd met klei. ( uit “de Middeleeuwen” van Leo Adriaenseen)

De naam de Lathouder is de “noordelijke ” variant van de Lathouwer. De naam komt eigenlijk alleen voor in de grensstreek van het huidige Belgie en Nederland. Er bestaan ongeveer 7 klusters met namen en die klusters zijn vermoedelijk  families die niet verwant zijn. Binnen de klusters echter bestaan sterke familierelaties en misschien zijn alle mensen binnen de kluster wel familie van elkaar.

Zeker is wel dat alle huidige “de Lathouder” familie zijn. De meeste wonen in Nederland maar er zijn twee takken naar de USA gegaan: een tak in ong. 1850 en een tak in 1915 of zo. We zijn op dit moment ook vertegenwoordigd in Spanje en Australie.

Variaties

Er zijn vele varianten omdat bij het aantekenen van geboortes , huwelijken en overlijden vroeger de naam werd opgescheven zoals die gehoord werd. Varianten zijn bv Lathouwers, Lathauwers, de Lathouwer, de Lathauwer,  Ladthouwere, enz. Ik vond ook de noordelijke vorm “de Lathouder” tegen in Mechelen rond 1600. Dat is uitzonderlijk.

De oorspong

The family de Lathouder stamt af van Rumoldus de Lathouder koster te Ruisbroek. Hij kwam echter uit Londerzeel en zijn grootvader Rumoldus kwam uit Malderen. Volgens mij is Petrus de Lathouwer uit Malderen een broer van Rumoldus de Lathouwer it Malderen. Iemand het ontdekt dat de vader van Petrus en dus Rumoldus Simon was. Ik heb geen bron gevonden.  Simon de Lathouwer was gehuwd met Maria Puttemans. Ze leefden rond 1550 in Malderen.

Het leven in die tijd

Het leven rond 1600 en 1700 was niet makkelijk. Malderen werd getroffen door de pest wat mogenlijk de verhuizing van de familie naar Londerzeel veroorzaakte. Ongeveer diekwart van de bevolking in Malderen overleed aan de ziekte. Maar ook las ik van hagelbuien die de oogst verwoeste en legers die door het gebied trokken. Dat is mogenlijk de reden dan de kleinzoon van de koster in Ruisbroek naar Nederland vertrok en hij was dus eigenlijk een vluchteling uit het roerige katholieke zuiden.